Na al die jaren …

De sneeuwballen die door mijn handen gegaan zijn richting de vermeende vijand zijn niet te tellen en moest je alle sneeuw die ikzelf op mijn kop kreeg in één tel op jouw dak krijgen, dan zou de grootste lawine daar tegenover maar klein bier zijn.

Nog vlug een foto voor de strijd losbarst, oortjes staan al gespitst, hoor ik de vijand?

‘s Winters kreeg de oorlogszucht ons te pakken. We lagen constant op de loer. Ik gebruikte de verrekijker van mijn grootvader als strategisch wapen. Waren ’t fijne ventjes die ik in de verte zag aankomen dan konden ze niet snel genoeg naderen om z’ er van langs te geven. De grote kerels, de echte brulapen, die volgens mijn moeder allemaal socialisten waren, meden we zogezegd om ons kruit niet te verschieten. De waarheid was dat je maar beter uit hun buurt kon blijven en even met de knikkers spelen als ze in aantocht waren.

De neuzepeuter van twee huizen verder, die we ‘s zomer met de fiets in de gracht hadden gemanoeuvreerd werd in de winter onze bondgenoot. ’t Waren geen man tegen man gevechten, we waren trouwens geen ridders van eer, maar we gingen met de hele straat de andere straat te lijf. Er was maar één optie: in de pan hakken, snel en efficiënt.

’s Zomers waren we allemaal beste maatjes, maar de winters zorgden telkens voor groten ambras in onze buitenlandse politieke situatie. Het buitenland stond voor alles wat zich niet in onze straat bevond.

We waren professioneel georganiseerd en beschikten zelfs over onderhandelaars die in de meest penibele situaties een vrije doorgang naar het ouderlijk huis moesten negotiëren met de vijand. Zo een bestanden waren altijd goed voor minstens een tiental seconden. Wijzelf beloofden ook wel eens een sneeuwballenbestand, maar sloegen er op los van zodra de troep schuchtere mannekes binnen onze ijzige actieradius kwam.

In de hitte van deze koude oorlog klonk vaak de kreet ‘k Ga mijn grote broer halen verd… !!’ In een aantal gevallen bereikten we hiermee het gewenste resultaat, maar af en toe bleek toch dat we de familiale toestand van de vijand onderschat hadden. De snotneus, die we in de sneeuwpan aan ’t hakken waren, beschikte niet alleen over drie bonken van broers maar ook zijn vader wierp zich met ijzige verbetenheid in de strijd. Ondanks onze moed en zelfopoffering bezweken we uiteindelijk onder een reeks rake klappen en kozen uiteindelijk het hazenpad.Thuis likten we onze wonden onder moeders dreigende vinger.Maar soms was de oorlogsgod ons welgezind, en dan achtervolgden we de tegenpartij tot in zijn achtertuin en bezetten zijn territorium, totdat het silhouet van een geambeteerde vader ons wijselijk deed besluiten naar de voorouderlijke gronden terug te keren.

Aaaah… , dat waren nog eens winters! Ondertussen is de strijdbijl al lang begraven … wel, zo denken z’ er over in die andere straat, maar niets is minder waar. Al die jaren ligt onze strijdbijl onder de matras en dit jaar, dit jaar schalt onze kreet weer door de straten. ’t Wordt een echte overrompeling nu we veertig jaar lang aan onze strategie hebben kunnen werken!

Winter …’k zie ’t helemaal zitten jongens!

Advertisements

One thought on “Na al die jaren …

  1. Hihihi! Zo grappig! Wij hielden ook sneeuwballengevecht. De ene kant van de straat tegen dat ene marginaal gezin van aan de overkant. (kinderen kunnen wreed zijn…) Maar wat ik me nog het best herinner was die ene grote iglo die we begin jaren ’90 met alle sneeuw uit onze tuin hebben gemaakt en waar alle kinderen uit de buurt stiekem jaloers op waren 🙂

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s

%d bloggers like this: